Explore 1.5M+ audiobooks & ebooks free for days

From $11.99/month after trial. Cancel anytime.

Een leerschool voor Robinsons
Een leerschool voor Robinsons
Een leerschool voor Robinsons
Ebook252 pages3 hoursWorld Classics

Een leerschool voor Robinsons

Rating: 0 out of 5 stars

()

Read preview

About this ebook

Na het immense succes van Daniel Defoe's Robinson Crusoe werd de Robinsonade, een roman over iemand die moet overleven in de wildernis, een populair genre. Ook de grote schrijver van avonturenromans Jules Verne waagde zich aan dit genre met Een leerschool voor Robinsons.
Een groep avonturiers onder leiding van de rijke Godfrey Morgen wil een reis rond de wereld maken, maar strandt op een onbewoond eiland. Net als Robinson Crusoe moeten ze proberen te overleven met wat ze op het eiland vinden.
LanguageNederlands
PublisherSAGA Egmont
Release dateDec 17, 2021
ISBN9788726116304
Een leerschool voor Robinsons
Author

Jules Verne

Jules Verne, né le 8 février 1828 à Nantes et mort le 24 mars 1905 à Amiens, est un écrivain français dont l'oeuvre est, pour la plus grande partie, constituée de romans d'aventures évoquant les progrès scientifiques du XIXe siècle. Il a notamment écrit Le Tour du monde en 80 jours.

Related to Een leerschool voor Robinsons

Titles in the series (100)

View More

Related ebooks

Related categories

Reviews for Een leerschool voor Robinsons

Rating: 0 out of 5 stars
0 ratings

0 ratings0 reviews

What did you think?

Tap to rate

Review must be at least 10 words

    Book preview

    Een leerschool voor Robinsons - Jules Verne

    Een leerschool voor robinsons

    Original title

    L'École des Robinsons

    Translated by Jan F. Feitsma

    Copyright © 1882, 2018 Jules Verne and SAGA Egmont

    All rights reserved

    ISBN: 9788726116304

    1. e-book edition, 2018

    Format: EPUB 2.0

    All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrievial system, or transmitted, in any form or by any means without the prior written permission of the publisher, nor, be otherwise circulated in any form of binding or cover other than in which it is published and without a similar condition being imposed on the subsequent purchaser.

    SAGA Egmont www.saga-books.com – a part of Egmont, www.egmont.com

    VAN JULES VERNE

    zijn eveneens verkrijgbaar :

    Vijf weken in een luchtballon.

    Eldorado en het Monsterkanon van Staalstad.

    Het zwarte Goud.

    20.000 Mijlen onder Zee (Oostelijk halfrond).

    20.000 Mijlen onder Zee (Westelijk halfrond).

    De Reis om de Wereld in 80 dagen.

    Keraban de Stijfhoofdige.

    De Reis naar de Maan.

    Michael Strogoff de Koerier van den Czaar.

    Naar het Middelpunt der Aarde.

    De Kinderen van Kapitein Grant (Zuid-Amerika).

    De Kinderen van Kapitein Grant (Australië).

    De Kinderen van Kapitein Grant (Stille Zuidzee).

    Het geheimzinnige Eiland (De Luchtschipbreukelingen).

    Het geheimzinnige Eiland (De Verlatene).

    De Strijd tusschen Noord en Zuid (De Overrompeling eener Plantage).

    De Strijd tusschen Noord en Zuid (De Zwarte Kreek van Texar).

    Leerschool voor Robinsons.

    Een Loterijbriefje.

    De Avonturen van drie Russen en drie Engelschen.

    EERSTE DEEL

    EERSTE HOOFDSTUK.

    Waar den lezer gelegenheid wordt geboden, een eiland ‘in de Stille Zuidzee te koopen.

    „Te koop: een eiland, tegen contante betaling, met inbegrip van deurwaarders-kosten, aan den meest biedende en aan dengeen, die het laatst aan bod is!" klonk het voortdurend uit den mond van Dean Felporg, deurwaarder bij de openbare verkooping, waar deze zonderlinge handel gedreven werd.

    „Een eiland te koop, een eiland te koop," herhaalde met nog luider stemme de afslager Gingrass, die tusschen de opgewonden menigte heen en weer liep.

    Het was inderdaad een opgewonden menigte, welke dien morgen in het veilinggebouw der Sacramentostreet No. 10 aanwezig was. Men zag er niet slechts een groot aantal Amerikanen van Californië, Oregon en Utah, maar eveneens vele Franschen, in Mexico woonachtig; eenige Chineezen, kenbaar aan hun korte jasjes met wijde mouwen, hun puntige schoenen en schuine mutsen; verder een aantal inboorlingen van verschillende eilanden der Stille Zuidzee.

    Laat er ons nog bijvoegen, dat bovengeschetste handeling plaats had in de hoofdstad van Californië, in San Francisco, maar niet in den tijd, dat deze stad een eenvoudig marktvlek was, waar reizende kooplieden wel eens overnachtten. San Francisco was de kinderschoenen reeds ontwassen en een stad geworden, die, met haar honderdduizend inwoners, Lima, Santiago en Valparaiso verre in de schaduw stelde en door de Amerikanen met recht „de koningin der Stille Zuidzee en „de roem der Westkust genoemd werd.

    Dien dag — men schreef 15 Mei — was het nog vinnig koud. Men dient n.1. te weten, dat San Francisco in een landstreek ligt, welke onmiddellijk is blootgesteld aan de ruwe poolwinden, waardoor de in Mei heerschende temperatuur ongeveer overeenkomt met de Midden-Europeesche temperatuur in de laatste weken van Maart.

    De menschen echter, die in het veilinggebouw aanwezig waren, schenen van de vinnige koude al heel weinig te bespeuren. En geen wonder. De zaal was stampvol en ieder maakte zich warm om den koop, welke dien morgen behandeld werd.

    Nu denke men echter niet, dat alle aanwezigen kooplustig waren. Ik zou zelfs durven beweren, dat het grootste gedeelte hunner uit nieuwsgierigen bestond. Want wie zou wel zoo dwaas geweest zijn, gesteld dat hij het geld ter beschikking had, een eiland in den Stillen Oceaan te koopen, waarvan de Amerikaansche regeering zich op dit oogenblik wilde ontdoen? Men was dus algemeen van oordeel, dat niemand een bod zou doen, alhoewel het aan aanmoediging van deurwaarder en publiek niet ontbrak.

    Men lachte algemeen, maar niemand deed een bod.

    „Een eiland te koop, een eiland te koop!" riep nogmaals Gingrass.

    „Ik kan dat ding niet gebruiken, beste jongen!" riep een boomlange Ier, die nauwelijks geld genoeg op zak had om een stuiversbroodje te koopen.

    „Een eiland, dat, tegen den gevraagden prijs, nog geen 12 dollar per hectare kost!" liet Dean Felporg zich wederom hooren.

    „En dat nog geen achtste procent rente oplevert," antwoordde een dikke landbouwer, die nog al veel kijk op zulke soort dingen scheen te hebben.

    „Een eiland met een omtrek van honderd en twintig kilometer en een oppervlakte van negentig duizend hectaren!"

    „Is de bodem nog al stevig?" vroeg een licht aangeschoten Mexicaan, waarschijnlijk, omdat hij een voortdurende vrees voor vallen had.

    „Een eiland met maagdelijke wouden, herhaalde de deurwaarder, „met grasvlakten, heuvels, watervallen...

    „Gegarandeerd?" riep een Franschman, die weinig lust scheen te hebben, op het verlokkend aas toe te happen.

    „Ja, zeker, gegarandeerd echte watervallen," antwoordde Dean Felporg, die reeds te oud was, om zich over de grapjes van het publiek nijdig te maken.

    „Twee jaar garantie?"

    „Tot aan het einde der dagen."

    „Ook voor het hiernamaals?"

    „Ook dat!"

    En een oogenblik later begon de deurwaarder weer:

    „Een eiland te koop, een eiland te koop! Geen enkel schadelijk dier is er aanwezig, geen slangen..."

    „Ook geen vogels?" vroeg een grappenmaker.

    „En geen insecten?" liet een ander er op volgen.

    „Een eiland aan den meest biedende," herhaalde Felporg, zonder den moed te verliezen. „Vooruit burgers, boeren en buitenlui, niet zoo bang zijn! Is de bruid aan den man, iedereen begeert haar dan! Wie wil een eiland koopen in uitmuntenden staat verkeerende, ongebruikt, zoo goed als nieuw, pas uit den winkel, en eiland in de Stille Zuidzee, de schoonste aller Zuidzeeën! De inzet is belachelijk laag. ’t Is bijna voor niets, voor niemendal, gratis, cadeau, voor een prikje! Vooruit burgers, niet zoo talmen. De prijs is slechts een millioen honderd duizend dollar! Elf honderd duizend greenbacks... Is er een kooper voor?... Niemand?... Hoor ik niet?... Wie biedt?... U, mijnheer?... Of u, daarginds, ja, ik bedoel u, die uw hoofd schudt als een porceleinen Chinees!... Ik heb een eiland te koop!... Ziedaar, een prachtig eiland... Wie koopt een eiland!..."

    „Laat het dingetje eens kijken!" riep een stem uit het publiek.

    En iedereen gierde het uit van de pret, zonder dat er echter een halve dollar geboden werd.

    Maar zoo het te koop geboden voorwerp al niet van hand tot hand kon gaan, was er toch een uitstekende kaart van het eiland ter beschikking van het publiek gehouden. Eventueele liefhebbers konden zich volkomen op de hoogte stellen van het stukje wereld, dat dien morgen onder den hamer kwam. Men behoefde geen enkele verrassing te vreezen. Alles wat het eiland betrof, stond op de kaart aangegeven. Men kocht dus geen kat in den zak, en men kan mij gelooven, wanneer ik beweer, dat er over den aard van het te koop geboden voorwerp geen enkel bedrog mogelijk was. Trouwens, de ontelbare Amerikaansche nieuwsbladen: dagbladen, weekbladen, maandbladen, periodieken, magazines, aankondigingen en wat dies meer zij, hadden reeds maandenlang ellenlange artikelen gewijd aan, en de publieke belangstelling gevestigd op het eiland, dat bij Congresbesluit thans aan den meestbiedende te koop werd geboden.

    Het eiland in kwestie was het eiland Spencer, gelegen in het West-Zuid-Westelijk gedeelte van de baai van San Francisco, op ongeveer vier honderd en zestig mijl van de Californische kust en op 32° 15’ noorderbreedte en 142° 18’ westerlengte.

    Maar ondanks het feit, dat het eiland betrekkelijk dicht bij de kust en om zoo te zeggen in de Amerikaansche wateren lag, kon men zich moeilijk een meer eenzame en verlaten omgeving voorstellen. Het lag in dat gedeelte der Golf, dat nooit door schepen bezocht wordt, waarschijnlijk ten gevolge van de absolute windstilte, die er het grootste gedeelte van het jaar heerschte en welke zeer hinderlijk was voor zeilschepen.

    Ook de stoombooten, welke naar China of Japan voeren, kozen een meer korteren en zuidelijker weg, zoodat het eiland Spencer beschouwd kon worden als een dier verlaten rotsen, welke men vaak boven de oppervlakte der Stille Zuidzee ziet uitsteken. Voor een man, die het rumoer der wereld wilde ontvluchten en kalmte zoeken in de eenzaamheid, zou dit eiland een uitkomst zijn. Voor een vrij willigen Robinson, een ideaal-eiland! Alleen. maar, men zou er een lief duitje voor over moeten hebben.

    En nu een reden, waarom de regeering der Vereenigde Staten zich van dit eiland wilde ontdoen! Was het maar een gril? Neen! Een regeering kan zich niet bezig houden met grillen, zooals een gewoon burger dat kan. De reden is dan ook het volgende:

    Reeds lang was het gebleken, dat het eiland Spencer voor de Vereenigde Staten geen enkele waarde had. Het plan tot kolonisatie was reeds eenige malen op practische moeilijkheden gestooten. Uit militair oogpunt beschouwd, was het eiland eveneens waardeloos, daar het in een gedeelte van den Oceaan lag, dat nooit door schepen werd bezocht. Ook van een economisch oogpunt beschouwd, bood het eiland geen enkel voordeel, daar de waarde der gewassen, welke men er zou kunnen telen, niet tegen de transportkosten zou opwegen. Een strafkolonie op het eiland bouwen ging ook al niet, omdat het daarvoor te dicht bij de kust lag. Om al deze en ontelbare andere redenen was het eiland sinds onheuglijke tijden onbewoond gebleven en het was om deze reden, dat de heeren van het Congres — zeer practische menschen — besloten hadden, het eiland in het publiek te doen verkoopen, op voorwaarde, dat de nieuwe bezitter burger moest zijn van het vrije Amerika.

    Men zal echter begrijpen, dat men het eiland niet cadeau wilde geven. Als inzetprijs had het Congres daarom elf honderd duizend dollar vastgesteld. Mocht er een groep van geldmenschen gevonden worden, die om een of ander reden belang had, het eiland te koopen, dan was genoemd bedrag slechts een kleinigheid. Het eiland bood echter geen enkel voordeel en was voor menschen, die het weten konden, even waardeloos als een eilandje aan de Noordpool.

    Voor een particulier was de som van een millioen een honderd duizend dollar echter een geweldig bedrag. Men moest wel buitengwoon rijk zijn, om zich de weelde van een dergelijk grapje te kunnen veroorlooven. Ja, men moest zelfs geweldig rijk zijn, want de verkoop zou slechts tegen contante betaling geschieden, cash zooals de Amerikanen het noemen en het is stellig, dat er zelfs in de Vereenigde Staten weinig burgers zijn, die elf honderd duizend dollar „zakgeld" kunnen uitgeven, zonder de hoop te koesteren, er ooit een stuiver van terug te zien.

    Maar desondanks had het Congres besloten, het eiland niet lager van de hand te doen. Een millioen een honderd duizend dollar! Geen cent minder of het eiland bleef aan de Vereenigde Staten.

    Het leek er dus veel op, dat niemand dwaas genoeg was een dergelijke som voor een waardeloos eiland te betalen.

    Bovendien kwam er nog een bepaling in de koopacte voor, dat, zoo er ooit een kooper mocht opdoemen, hij nooit koning van het eiland Spencer, maar wel president der gelijknamige republiek zou zijn. Hij zou geen onderdanen maar wel medeburgers hebben, medeburgers, die hem voor een bepaalden of onbepaalden tijd tot president hunner republiek konden noemen. Nooit zou de vrije Unie van Noord-Amerika medegewerkt hebben aan de vestiging van een koninkrijk, en al was het nog zoo klein.

    Deze bepaling had misschien tengevolge, dat de een of andere multimillionair, die er koninklijke droomen op na hield, van het koopplan afzag.

    Of dit nu de reden was of een andere, weten we nlet, maar vast staat, dat de uren verstreken zonder dat een kooper voor het eiland opdoemde. De deurwaarder was half schor van het roepen; de afslager spaarde zijn stem niet, zonder dat zij echter eenig resultaat bereikten.

    Laten we hier echter opmerken, dat het bij deze gelegenheid niet aan grapjes ontbrak. Er waren personen, die twee dollar voor het eiland boden, met inbegrip van veilingskosten. Andere grapjassen verlangden, dat men hun eerste gratis naar het eiland en terug zou brengen, opdat zij zich persoonlijk van den toestand op de hoogte konden stellen.

    En steeds maar klonken de kreten van den vendumeester:

    „Eiland te koop! Eiland te koop!"

    Er kwam echter geen kooper.

    „Staat u borg, dat er goudvelden zijn?" vroeg kruidenier Stompie uit de Merchantstreet.

    „Er voor borg staan kan ik niet, waarde vriend, antwoordde Dean Felporg. „Maar indien ze er zijn, dan worden ze vanzelfsprekend bezit van den kooper.

    „Is er een vuurspuwende berg?" vroeg Oakhurst, de herbergier uit de Montgomerystreet.

    „Natuurlijk niet."

    „Waarom „natuurlijk niet?

    „Wel, dan zou het eiland duurder zijn."

    Dit antwoord werd met een ware lachsalvo begroet.

    „Eiland te koop! Eiland te koop!" diep Gingrass, die zijn stem onnoodig vermoeide.

    „Slechts één dollar boven den inzet en het eiland is verkocht, riep Dean Felporg. „Slechts één dollar, een halve dollar, een cent boven den inzet! voor de eerste keer!... Voor de tweede keer!...

    Plotseling algemeene stilte.

    „Indien iemand een bod doet, wordt de koop aangehouden! Burgers, opgelet! Elf honderd duizend dollar!... Eén maal!... Twee maal!..."

    „Twaalf honderd duizend dollar!"

    Als vier revolverschoten klonken deze vier woorden door de zaal.

    Stom van verbazing keken alle aanwezigen naar den man, die dit bedrag had durven bieden...

    Het was William W. Kolderup van San Francisco.

    TWEEDE HOOFDSTUK.

    Op welke wijze William W. Kolderup van San Francisco slaags raakte met J. R. Taskinar van Stockton.

    De geweldig rijke man, die zijn dollars bij millioenen telde, zooals een ander bij honderden, was gevonden. Het was William W. Kolderup.

    Men beweerde, dat hij rijker was dan de hertog van Westminster, die een inkomen heeft van acht honderd duizend Pond Sterling en die 25000 gulden per dag kan verteren of 18 gulden per minuut; rijker dan senator Jones van Nevada, die een vermogen heeft van vijf en dertig millioen Pond Sterling; ja, zelfs nog rijker dan M. Makay, die met een jaarlijksch inkomen van twee millioen zeven honderd vijftig duizend Pond Sterling, negen en dertig honderd gulden per uur heeft te verteren, hetgeen ruim een gulden per seconde is.

    Ik wil het hier nog niet eens hebben over die kleine millionairs, zooals de Rotschilds, de Van der Bilts of de hertogen van Northumberland, heeren, aan wie William W. Kolderup nog wel een aalmoes had kunnen geven. Zonder dat het hem eenigszins gehinderd had, had hij iemand een millioen kunnen schenken, zooals u of ik iemand een dubbeltje geven.

    Een gedeelte van zijn onberekenbaar kapitaal had William W. Kolderup indertijd gestoken in de ontginning van de eerste Californische goudvelden. Hij was de voornaamste compagnon geweest van den Zwitserschen kapitein Sutter, op wiens velden men in 1848 de eerste goudaders ontdekte. Sindsdien was William W. Kolderup in alle groote financieele ondernemingen van Amerika en Europa betrokken geweest.

    Met een aan het vermetele grenzende onverschrokkenheid had hij zijn geld in alle mogelijke commercieele en industrieele ondernemingen gestoken. Door zijn onuitputtelijke rijkdommen werden duizenden fabrieken aan den gang gehouden; zijn schepen brachten en haalden goederen naar en van alle havens der Oude en Nieuwe Wereld. Men beweerde, dat hij zelf niet wist, hoe rijk hij was. Het tegendeel is echter waar; William W. Kolderup wist op een dollar na, hoe groot zijn kapitaal was; alleen maar, hij „liep er niet mee te koop", zooals men het noemt.

    Op het oogenblik, dat wij u dit gewichtig heerschap voorstellen, bezat William W. Kolderup twee duizend kantoren verdeeld over de voornaamste steden der wereld; hij werd gehoorzaamd door tachtigduizend klerken en drie maal honderd duizend grootere en kleinere berichtgevers. Vijfhonderd

    Enjoying the preview?
    Page 1 of 1