Explore 1.5M+ audiobooks & ebooks free for days

From $11.99/month after trial. Cancel anytime.

Hoe ik voor je leef: Hoe ik voor je sta, #2
Hoe ik voor je leef: Hoe ik voor je sta, #2
Hoe ik voor je leef: Hoe ik voor je sta, #2
Ebook324 pages4 hoursHoe ik voor je sta

Hoe ik voor je leef: Hoe ik voor je sta, #2

Rating: 0 out of 5 stars

()

Read preview

About this ebook

Kan een getatoeëerde bad boy zijn verleden achter zich laten en geluk vinden in de liefde?


Chase denkt eindelijk zijn geluk te hebben gevonden met Kay. Maar als zijn broertje Will naar Harmony Creek komt, wordt de relatie van Chase en Kay danig op de proef gesteld.
Geheimen uit het verleden komen aan het licht als Will een aantal onbezonnen acties onderneemt. Geheimen die Chase hoopte voorgoed achter zich te hebben gelaten. Wills onverantwoordelijke gedrag heeft niet alleen effect op Chase en Kay, maar heeft ook z'n weerslag op de andere inwoners van Harmony Creek. En een aantal van die acties hebben desastreuse gevolgen.

Als Will een laatste, onvergeeflijke fout maakt wanneer zijn vriendin in Las Vegas in de problemen komt, kan Chase niet anders dan ingrijpen. Hij moet kiezen en de keuze die hij maakt, kan wel eens het einde betekenen van zijn relatie met Kay.

 

Hoe ik voor je leef is het langverwachte tweede deel in de Hoe ik voor je sta-serie van bestsellerauteur S.R. Grey.

 

'Hoe ik voor je leef is het onvergetelijke vervolg op Hoe ik voor je sta. Wegleggen is gewoon geen optie'

Lezersreview Goodreads

LanguageNederlands
PublisherTinteling Romance
Release dateMar 3, 2023
ISBN9798215307236
Hoe ik voor je leef: Hoe ik voor je sta, #2

Related to Hoe ik voor je leef

Titles in the series (2)

View More

Related ebooks

Reviews for Hoe ik voor je leef

Rating: 0 out of 5 stars
0 ratings

0 ratings0 reviews

What did you think?

Tap to rate

Review must be at least 10 words

    Book preview

    Hoe ik voor je leef - S.R. Grey

    S.R. Grey

    ISBN

    NUR 343 

    Omslagontwerp: German Creative 

    Stockphoto: Depositphoto 

    Vertaling: Nikki Greveling

    Eindredactie: Rian Sevenhuijsen

    Tweede lezing: Suzanne Verheem-Kwak 

    Oorspronkelijke titel: Never Doubt me (Judge Me Not Book 2)

    Copyright © 2014. Never Doubt me (Judge Me Not Book 2). S.R. Grey

    The moral rights of the author have been asserted

    Copyright © 2023 Tinteling Romance 

    Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door  middel van druk, fotokopie, internet of welke andere wijze ook,  zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur  en de uitgever. Dit boek is een werk van fictie. Alle namen,  plaatsen en gebeurtenissen kwamen tot stand door de  verbeelding van de auteur, of zijn fictief gebruikt. Elke gelijkenis  met een bestaand persoon, dood of levend, berust op louter  toeval. 

    Hoofdstuk 1

    Chase

    Twijfelend kijk ik van mijn vijftienjarige broer Will, die van huis is weggelopen, naar zijn verwaarloosde vriendin Cassie. Maar mijn aandacht is eigenlijk bij de vrouw die achter hen staat. Degene die ervoor zorgt dat ik in situaties zoals deze, die te erg voor woorden zijn, niet door het dak ga.

    Kay Stanton. Terwijl mijn blik naar haar toe gaat, glimlacht ze lief naar me en ik kan de lach op mijn eigen gezicht niet tegenhouden.

    Shit, soms kan ik niet geloven dat deze knapperd die in de kerk aan het einde van de straat werkt, de liefde van mijn leven is. Ik bedoel, verdomme, wie had nou verwacht dat iemand zoals ik, een ex-crimineel met een drugsverleden, überhaupt liefde zou kunnen vinden?

    Ik in ieder geval niet... Maar ik heb de liefde wel gevonden en nu kan ik mijn leven niet zonder haar voorstellen.

    Kay kent me inmiddels goed genoeg om te weten dat ik tijd probeer te rekken door me op haar te focussen. Ze knikt bemoedigend naar Will en Cassie terwijl ze haar lange kastanjebruine haren over haar schouder zwaait.

    ‘Oké, oké,’ mompel ik glimlachend.

    De gedachte dat ik op Kays steun kan rekenen geeft me moed, maar shit, ik wou dat ik haar gedachten kon lezen. Dan zou ik precies weten wat zij van deze bizarre situatie vindt, wat erg fijn zou zijn voordat ik mijn mond open en het verkeerde zeg.

    Maar heb ik hier wel een keuze?

    Niet dat ik weet.

    Ik heb namelijk nog steeds niet geaccepteerd dat mijn lieve kleine broertje van huis is weggelopen. Hij heeft duizenden kilometers afgelegd, van Nevada naar Ohio, met zijn zestienjarige vriendin en tien minuten geleden stonden ze op de stoep van mijn boerderij. Dus hier is hij dan. Mijn broer in Harmony Creek, naast Cassie. Haar zijdezachte haren waaien zachtjes in het zomerbriesje op deze avond, waardoor ze er nog jonger uitziet dan ze is.

    Will, die me erop betrapt dat ik zijn vriendin aan het bekijken ben, zegt: ‘Dus, wat wordt het, Chase? Kunnen we hier een paar weken blijven of niet?’

    Ik zucht en denk: Jezus, hoe zijn we hier allemaal beland? Mijn broer en zijn meid zouden lol moeten hebben, niet op de vlucht moeten hebben slaan. Mijn blik gaat kort naar Cassie. Zij is de echte reden waarom ze hier in Harmony Creek zijn... in plaats van in Las Vegas, waar ze thuishoren.

    Oké, iedereen heeft lang genoeg gewacht.

    Ik haal diep adem en vertel dan wat ik besloten heb. ‘Dit is wat er gaat gebeuren.’ Ik wijs naar Will en Cassie. ‘Jullie kunnen hier niet blijven. Jullie zijn weggelopen van huis en allebei nog geen achttien. Ik ga niet terug de gevangenis in omdat ik illegaal jullie minderjarige koppen in huis heb gehaald.’ Vervolgens zeg ik specifiek tegen Will: ‘Sorry, bro, maar je moet terug naar huis.’

    Will vloekt en gromt. ‘Dit is zo’n onzin.’

    In tegenstelling tot hem lijkt Cassie te ontspannen. Als ik moest raden, zou ik zeggen dat ze opgelucht is, wat bevestigt wat ik de hele tijd al vermoed: deze ontsnappingspoging door het land heen is vanaf het begin mijn broers idee geweest. Ik twijfel er niet aan dat deze ‘wegloopactie’ gewoon onderdeel is van zijn grote plan om zijn vriendin te ‘redden’ van haar gore stiefvader, die ongepaste dingen uithaalt.

    Wills bedoelingen zijn niet verkeerd, maar zijn aanpak door weg te lopen is slecht.

    Voordat Will tegen me in kan gaan, zeg ik dat hij onze moeder moet bellen. ‘Ze maakt zich zorgen om je, jongen.’

    Will haalt zijn schouders op en werpt me een moordende blik toe. ‘Ik kan mam niet bellen,’ zegt hij. ‘Mijn telefoon is er uren geleden al mee opgehouden. En we hadden geen oplader die we in Cassies auto konden gebruiken.’

    ‘Geen probleem,’ zeg ik, met een grijns op mijn gezicht die lijkt op zijn eigen arrogante glimlach.

    ‘O ja, hoezo is dat geen probleem? Heb je een oplader in je reet zitten?’

    Ik bijt op mijn tong en geef mijn telefoon aan hem. ‘Ik was net met mam aan het praten voordat je hier was. Wees nou niet zo bijdehand en bel je moeder.’

    Will twijfelt en dus zwaai ik met de telefoon voor zijn gezicht. ‘Pak aan, Will.’ Mijn stem klinkt streng. ‘Mam verdient het om te weten dat je veilig bent. Ze kan morgen wat vluchten terug voor jou en Cassie boeken. Jullie mogen vannacht hier blijven. Ik bel mijn werk wel af zodat ik jullie in de ochtend naar het vliegveld kan rijden.’

    Mijn broer krijgt een brandende blik in zijn ogen, felgroen, zoals onze moeder als ze woedend is.

    ‘En Cassies auto dan?’ Mijn broer gebaart naar de sportieve, veel te mooie auto voor een jonge meid, die geparkeerd staat op mijn oprit. ‘We kunnen die hier niet zomaar achterlaten.’

    Will probeert tijd te rekken. Hij weet dat er een einde komt aan zijn ontsnappingspoging zodra ik mam bel.

    ‘Daar verzinnen we later wel iets op.’ Ik zucht en haal mijn vingers door mijn haar, waarna ik aan de uiteindes trek. Dit joch wordt nog eens mijn dood. ‘Bel nou maar voordat mijn geduld op is.’

    Plotseling gooit Will de telefoon in mijn richting en roept: ‘Rot op, Chase. Ik ga niemand bellen.’

    Helaas voor Will heeft zijn uitbarsting geen effect. Ik heb te snelle reflexen en ik vang de telefoon zonder moeite. Als hij op de houten planken van de veranda zou zijn gevallen, zou hij nu zeker in stukken liggen. Ik twijfel er niet aan dat dat ook Wills bedoeling was en ik mompel: ‘Rotjoch.’

    Will hoort mijn opmerking en begint te roepen dat ik dit huis niet eens zou moeten hebben, gezien hoe ondankbaar ik ben en dat ik het niet verdien. ‘Ik heb net zoveel recht op dit huis als jij.’ Hij schudt vol afschuw zijn hoofd en voegt er dan sarcastisch aan toe: ‘Grote broer.’

    ‘Het zal wel, Will.’

    ‘Het is niet juist,’ dringt hij aan terwijl hij intimiderend voor me komt staan.

    Dat probeert hij tenminste. Maar mijn kleine broertje moet op zijn tenen gaan staan om op ooghoogte te komen. Hij is nog net geen één meter achtentachtig.

    Ik pers mijn lippen op elkaar en schud mijn hoofd. ‘Ik zou maar oppassen als ik jou was, broertje,’ zeg ik waarschuwend.

    ‘Of anders?’ snauwt Will.

    Ondanks het feit dat hij dapper genoeg was om zo naar me te schreeuwen, valt het me wel op dat hij een stap achteruitzet, en nog een.

    Maar hij is nog niet klaar. ‘Pap zou gewild hebben dat we dit gedeeld hadden toen oma stierf,’ gaat hij verder terwijl hij gebaart naar het huis en het omliggende land. Er hangt een wolk voor de maan en je kunt niet veel meer zien dan het huis en de oprit, maar dat land is er wel. ‘Ze had het recht niet om dit allemaal aan jou te geven.’

    ‘Jawel, Will. Dit was háár boerderij, háár landgoed. Dit was niet van pap. Laten we niet vergeten dat lieve Jack, onze vader, zichzelf verdomme van kant maakte voordat iemand hem iets kon geven.’

    Will schreeuwt dat ik een klootzak ben en Kay, die zo dicht bij me is komen staan dat ik haar warmte voel, raakt mijn arm aan. ‘Chase,’ mompelt ze, overduidelijk teleurgesteld omdat ik dat heb gezegd.

    Shit, misschien heeft Kay wel gelijk. Ik had het niet over pap moeten hebben in dit gesprek. Maar goed, hoe kan ik dat ook niet doen? Ik ben van mening dat deze shit nooit zou zijn gebeurd als mijn vader zichzelf zeven jaar geleden niet van het leven had beroofd. Will zou waarschijnlijk niet weggelopen zijn en ik zou niet de gast zijn die altijd het gat probeert te vullen dat mijn vader heeft achtergelaten.

    Alsof ik dat kan. Shit, ik ben nog maar drie maanden de gevangenis uit, nog een gevolg van mijn vaders egoïstische daad. Ik weet zeker dat deze familie op het rechte pad zou zijn gebleven als mijn vader niet voor de gemakkelijke weg had gekozen. Jack Gartners zelfmoord brak de harten van de mensen die het meest van hem hielden.

    Het leven brengt mensen samen. De dood haalt ze uit elkaar.

    Mijn moeder probeert haar gebroken stukken te lijmen met gokverslaafde mannen terwijl ik het gat in mijn hart probeerde te vullen met drugs, gevechten en wilde vrouwen. Will trok zich voornamelijk terug in zichzelf, en het leek er een tijdje op dat hij tekenen van depressie vertoonde.

    Will knijpt zijn ogen samen. ‘Ik hoef hier niet naar te luisteren,’ spuugt hij eruit, waarna hij zich omdraait en de treden van de veranda af rent.

    ‘Hé, wacht.’ Mijn toon is zachter, aangezien ik me een lul begin te voelen. Ik doe mijn best, echt waar, maar Will blijft lopen. Als hij onderaan de trap is gekomen, stopt hij plotseling. Langzaam draait hij zich naar me om, alsof hij misschien iets is vergeten.

    Blijkbaar is dat ook zo, want hij heeft nog meer te zeggen.

    ‘Weet je, Chase,’ zegt hij, ‘je kunt het wel over pap h-h-hebben, maar het is nou eenmaal zo dat jouw fouten je eigen schuld zijn. Jij hebt je eigen beslissingen genomen. Niemand duwde die shit waar je zo gek op was je neus in. Dat heb je helemaal zelf gedaan, bro.’ Hij wijst naar me en schudt zijn hoofd. ‘En veertig keer X? Echt hoor, hoe dom kon je zijn?’

    Will daagt me uit, probeert me uit de tent te lokken. En dat lukt hem ook nog. Ik bal mijn handen tot vuisten, ondanks dat Kay haar hand over mijn arm beweegt, in een poging om me te kalmeren.

    ‘Je kunt je wel hier op het platteland verstoppen,’ gaat Will verder, ‘en in het oude huis van oma wonen, voor de kerk hier in de buurt werken,’ hij wijst in de richting van de stad en dan naar Kay, ‘en de knapste vrouw van de stad daten, maar je neemt niemand in de maling. Je bent nog steeds dezelfde gast, Chase. De gast die vroeger zijn neus vulde met poeder. De gast die...’

    Will komt niet veel verder met zijn aanval. Een tel later ben ik de trap af en sta ik recht voor hem. ‘Wil je soms nog meer zeggen?’ snauw ik en mijn ogen fonkelen.

    Will houdt zijn mond. Het lijkt zelfs alsof iedereen plotseling doodstil is geworden, of misschien verbeeld ik me dat alleen maar. Waarschijnlijk hoor ik mijn bloed gonzen in mijn oren. Maar ik kan zweren dat zelfs de krekels, die een paar tellen geleden nog op de achtergrond zaten te tjirpen, daarmee op zijn gehouden, alsof ze gefocust zijn op dit familiedrama.

    Will perst zijn lippen op elkaar en maakt zichzelf groot. Hij probeert stoer over te komen, maar hij trilt eigenlijk in zijn zwarte Chucks.

    Kay staat gelukkig nog op de veranda met Cassie. Goddank is ze me niet gevolgd. Ik wil niet dat ze deze kant van me ziet. Niet van dichtbij.

    Maar dan hapt Wills vriendin naar adem en roept: ‘Kay, laat ze alsjeblieft stoppen.’

    Ik maak me al snel zorgen dat de meiden tussen ons in zullen komen.

    Ik geloof echter dat ik Kay heb onderschat. Ze lijkt me namelijk goed genoeg te kennen om te weten dat ik mijn broer nooit echt iets aan zou doen.

    Kalm zegt ze tegen Cassie: ‘Will en Chase doen elkaar niets, lieverd.’ Na een korte pauze mompelt ze, meer tegen zichzelf dan tegen Cassie: ‘Ze hebben dit nodig.’

    O ja, Kay, zo erg. Het zat eraan te komen.

    Terwijl Kay en Cassie op de veranda blijven staan, zet Will een grote stap bij me vandaan. Maar als ik twee stappen naar voren zet, staan mijn broer en ik weer dicht bij elkaar.

    Ik neem mijn broer in me op. Hij is op zoveel verschillende manieren veranderd. Hij is een stuk breder geworden, niet meer de slungelige jongen die hij vroeger was. Zijn schouders zijn breder en de spieren in zijn armen zijn groter en strakker. Hij is nog steeds erg slank en ik kan zien dat hij vaak zat in elkaar is geslagen. Maar goed, vanavond wordt er niet geslagen. Mijn doel is om hem een beetje te intimideren, zodat hij me wat respect toont, verdomme.

    Will probeert het nog een keer, als een laatste poging, om me aan te staren tot ik als eerste wegkijk. ‘Sla me,’ zegt hij met een arrogante trek van zijn kin.

    Ik schud mijn hoofd en weersta de drang om te lachen. ‘Dat gaat niet gebeuren. Maar ik moet je nageven dat je ballen hebt, kleine broer.’

    ‘Noem me niet steeds zo,’ sist Will.

    Ik blijf staan waar ik sta en uiteindelijk geeft hij op, iets wat niet echt als een verrassing komt.

    Maar hij roept wel: ‘Shit, ik heb toch niks meer tegen je te zeggen. We gaan.’ Hij keert me de rug toe en wenkt zijn vriendin. ‘Kom op, Cass.’

    Will weet het nog niet, maar hij gaat nergens heen. Ik pak zijn T-shirt vast en draai hem ruw om.

    En dan haalt hij naar me uit.

    Met gemak ontwijk ik Wills vuist en hij mist me. Hij wankelt en kreunt, waardoor hij er eerder uitziet alsof hij tien is in plaats van vijftien.

    ‘Will,’ fluister ik.

    Ook al probeerde hij me net te slaan, ik voel alleen maar medelijden met hem, verdriet en spijt. Alsof er kaarten in mijn hoofd omdraaien, komen er herinneringen aan de schattige, kleine Will in me naar boven. Mijn kleine broertje groeit dan misschien wel op, maar op zoveel manieren is hij nog altijd het kleine jongetje dat altijd zijn best deed, maar er niet in slaagde om mij bij te houden.

    Ik heb nog steeds medelijden met hem als hij nog een keer naar me uithaalt.

    Het maakt niets uit, aangezien ik opnieuw te snel voor hem ben. Ik vang mijn broers vuist op, lang voordat hij mijn kaak kan raken.

    Ik neem aan dat Wills tweede poging om me te slaan voor Kay genoeg is. Ze roept mijn naam en vanuit mijn ooghoek zie ik dat ze de veranda af komt. Door haar actie volgt Cassie haar en Kay heeft geen andere keuze dan op de onderste trede te blijven staan om Wills vriendin tegen te houden.

    Terwijl Kay en Cassie daar staan, richt ik mijn aandacht weer op Will.

    Shit, hij kijkt oprecht bang. Hij denkt vast dat ik hem terug ga pakken. ‘Dat is niet bepaald het plan,’ mompel ik.

    Ik zet een stap achteruit en dan realiseer ik me dat ik Wills hand nog steeds vastheb en vier van zijn vijf vingers samenknijp.

    ‘Sorry,’ mompel ik terwijl ik hem loslaat.

    Mijn broer wankelt naar achteren en wrijft over zijn waarschijnlijk pijnlijke vingers. ‘Je bent zo’n lul,’ zegt hij. ‘Ik haat je.’

    ‘Nou, ik hou van jou,’ zeg ik terug, ‘jij idioot.’

    Will is sprakeloos, maar dat zou hij niet moeten zijn. Hij kan het ontkennen als hij wil, maar hij weet in zijn hart dat ik van hem hou, net zoveel als ik altijd al van hem heb gehouden. Waarschijnlijk nog meer. Alleen maar omdat we het momenteel niet goed met elkaar kunnen vinden, betekent het niet dat ik niet om hem geef. En alleen maar omdat ik net de gevangenis uit ben en vier jaar van zijn leven heb gemist, betekent het ook niet dat mijn liefde voor hem ineens is verdwenen.

    Net zoals in het verleden zou ik alles voor mijn broer doen. In tegenstelling tot wat ik zei toen hij hier net aankwam, dat ik niet terug naar de gevangenis zou gaan omdat hij zo nodig moest weglopen, zou ik dat eigenlijk wel doen. Zonder twijfelen.

    Shit, mijn criminele carrière begon zelfs toen ik Will wilde helpen. Toen ik zeventien was, vond ons gebroken gezin een appartement dicht bij de Vegas Strip. En aangezien pap weg was, verdween mam ook dagen achter elkaar. Terwijl zij weg was, kwamen wij snel zonder geld te zitten, waardoor Will en ik vaak honger leden. Gelukkig zat er een winkel om de hoek van onze bouwval, dus toen ik de keuze had om mijn broer te laten verhongeren of om te stelen... Nou, laten we het erop houden dat ik niet van plan was mijn broer te laten lijden. Ik begaf me dan naar de winkel en stopte mijn rugzak vol met snacks als het personeel de andere kant op keek. Als ik dan terug was in het appartement, liet ik alles op de bedden vallen in de kleine kamer die we deelden. Will en ik verslonden dan alle chips en snoep die ik had gestolen. Aangezien het altijd verstikkend heet was in onze kamer (de airconditioning in de woonkamer bereikte de achterkant van het appartement nooit), opende ik het enige raam in de kamer om wat lucht binnen te laten.

    Will en ik zaten dan op de vloer, in stilte te eten, terwijl we wachtten op dat ene briesje. We hielden onze blikken gericht op het enige wat de verder lege muren versierde; een tekening van een boomhut die ik voor mijn broer had getekend toen hij vijf was. Die tekening was er een indicatie van dat er betere tijden aankwamen. We wachtten dan tot de tekening begon te fladderen. Als dat gebeurde, of als het stukje papier ook maar een klein beetje bewoog, juichten Will en ik en gaven we elkaar een high five, alsof we de loterij of zoiets hadden gewonnen.

    Geloof me, het was ook alsof de jackpot was gevallen. Als je je in de hel bevindt, zijn het de kleine dingen die anderen voor lief nemen die het belangrijkste voor je zijn.

    ‘Hé.’ Ik tik met mijn voet tegen een van Wills schoenen, waardoor er een veeg op komt te staan. ‘Weet je nog die tekening van die boomhut? Die ik een keer voor je had gemaakt en jij aan de muur had gehangen in dat slonzige appartement?’

    Wills groene blik draait langzaam naar me toe. Hij perst zijn lippen op elkaar en knikt.

    Aangemoedigd ga ik verder: ‘Weet je nog hoe we vroeger naar die tekening keken, wachtend tot die zou bewegen en we een briesje zouden krijgen?’

    ‘Ja, dat weet ik nog,’ antwoordt mijn broer zachtjes.

    Maar hij kijkt weg als ik zeg: ‘Je zei altijd dat die tekening je hoop gaf.’

    ‘Heb je die nog?’ dring ik aan.

    ‘Shit, Chase, genoeg met die shit van vroeger.’ Will steekt zijn borst naar voren en probeert nonchalant over te komen. ‘Die stomme tekening is allang verloren gegaan.’

    Als dat zo is, dan vind ik het jammer dat mijn broer niet vast heeft gehouden aan die hoop. En misschien maakt dat Will ook een beetje verdrietig, want ik zie tranen in zijn ogen glinsteren.

    Ik zucht verslagen. ‘Luister, ik wil geen ruzie met je maken.’

    Will veegt over zijn wangen. ‘Ik ook niet, Chase.’

    ‘Wat wil je dan wel doen?’ vraag ik. ‘Hoe gaan we dit oplossen?’

    Will knikt naar de telefoon in mijn hand. ‘Geef me die.’ Hij zucht. ‘Ik bel mam wel.’

    Ik geef de telefoon aan Will, terwijl hij lokken donkerblond haar uit zijn gezicht strijkt, dezelfde kleur als het haar van onze moeder. Dan belt hij de ouder op wie hij het meest lijkt. Bijna meteen hoor ik hoe onze moeder, aan de andere kant van de lijn, hem op zijn flikker geeft. Ik draai me om zodat Will wat privacy krijgt en als ik dat doe, rent Cassie de laatste trede af.

    Die meid is zo gefocust op Will dat ze bijna tegen me aan knalt.

    ‘Wow, rustig aan,’ zeg ik terwijl ik haar overeind hou aan haar schouders, die ze laat hangen.

    ‘Sorry,’ mompelt ze en dan kijkt ze met verdrietige, blauwe ogen naar me op.

    ‘Je hoeft je niet te verontschuldigen,’ zeg ik voorzichtig. ‘Maar als ik jou was, zou ik nergens heen gaan. Hierna bel ik jouw moeder.’

    ‘Oké,’ zegt ze zachtjes.

    Cassie laat haar hoofd hangen terwijl ze naar de sandalen aan haar voeten staart en haar lange haren als een soort blonde sluier om haar hoofd hangen. Ze ziet er kwetsbaar uit. Vanavond heb ik genoeg interactie tussen haar en mijn broer gezien om te weten dat Will overduidelijk de broek aan heeft in de relatie.

    En dat zorgt ervoor dat ik iets wil checken.

    Ik knik naar Will, die aan het bellen is, en dan vraag ik aan Cassie: ‘Behandelt mijn broer je wel goed?’

    ‘Natuurlijk,’ zegt ze, alsof dat een te absurde vraag was om te stellen.

    ‘Oké, oké.’ Ik hou mijn handen in de lucht. ‘Het was maar een vraag.’

    Shit, ik ben opgelucht dat Wills wilde gedrag geen invloed heeft op hoe hij Cassie behandelt. Mijn broer kan nogal oneerbiedig zijn naar mam toe en ik zou het erg vinden als hij de andere vrouwen in zijn leven ook zo slecht behandelde.

    Terwijl ik hierover nadenk, komt Kay bij ons staan. Ze gaat iets voor Cassie staan, zodat Cassie het niet kan zien als Kay naar me fronst en met haar mond de woorden vormt: ‘Rustig aan met haar.’

    ‘Dat doe ik,’ mompel ik.

    Kay heeft overduidelijk niet gehoord dat ik net aan Cassie vroeg of mijn broer haar wel goed behandelt. Ach, dat vertel ik haar later wel. Momenteel check ik of Will al klaar is met zijn telefoontje met mam.

    Hij knikt naar me en beëindigt het gesprek. Hij zet een stap naar ons terug en geeft me de telefoon, die ik onmiddellijk aan Cassie geef. Ze pakt hem aan, drukt wat toetsen in en loopt dan ver genoeg bij ons vandaan zodat we haar niet kunnen horen.

    Ik werp een blik op haar

    Enjoying the preview?
    Page 1 of 1